Barrett Slokdarm

Waar een normale slokdarm bedekt is met een dun laagje wit slijmvlies, heeft een Barret slokdarm een laagje slijmvlies met een aparte roze kleur. Op het eerste gezicht lijkt dit niet anders dan maagslijmvlies, maar zodra het beter bekeken wordt door middel van een microscoop, blijkt het wel degelijk anders te zijn. Om definitief vast te kunnen stellen dat bij een persoon een Barret slokdarm wordt vastgesteld, moet er een endoscopie tezamen met een biopsie uitgevoerd worden. Met andere woorden: er moet met een piepkleine camera de slokdarm van binnen bekijken worden en worden er stukjes weefsel afgenomen voor onderzoek. Als daaruit blijkt dat het om een Barret slokdarm gaat, moet er regelmatig gecontroleerd worden op afwijkende cellen in de slokdarm. Het is namelijk zo dat een Barrett patiënt meer kans heeft op slokdarmkanker dan een persoon die geen last heeft van Barrett. De kans op slokdarmkanker bij Barret patiënten is erg laag, minder dan 5%. De controle moet er voor zorgen dat eventuele uitbraken snel ontdekt worden, zodat er snel gehandeld en ook behandeld kan worden.


Hoe ontstaat een Barrett Slokdarm?

De maagpoortspier zorgt er normaal voor dat het maagzuur niet omhoog kan komen. Het komt wel eens voor dat de maagpoortspier zijn werk niet goed uitvoert, of door omstandigheden niet goed kán uitvoeren, zoals bijvoorbeeld teveel aangemaakt maagzuur. Hierdoor komt er maagzuur in de slokdarm, en omdat deze er niet op berekend is, kan dit ervoor zorgen dat de slokdarm (chronisch) ontstoken raakt. Van nature probeert het lichaam zich hiertegen te verweren en de slokdarm te beschermen. Dit doet het lichaam door een nieuwe slijmvlieslaag aan te maken die wel bestand is tegen het opkomende maagzuur. Hoewel deze nieuwe slijmvlieslaag beter bestand is tegen het maagzuur, kan deze slijmvlieslaag onrustige cellen bevatten. Juist deze cellen verhogen de kans op slokdarmkanker.

De symptomen van Barrett

Het is goed mogelijk dat je helemaal geen last hebt van een barrett slokdarm. Ook kan het zijn dat je denkt dat je alleen maar last hebt van een slokdarmontsteking. Bij een slokdarmontsteking heb je bijvoorbeeld pijn achter het borstbeen, of is het niet fijn om te slikken. Als je wel een Barret slokdarm hebt, zijn er verschillende soorten behandelingen. Dit is afhankelijk van de mate waarin het weefsel zich heeft uitgebreid. De term hiervoor is “dysplasie”: een verandering in de vorm van een cel, welke duidt op een mogelijke ontwikkeling van kankercellen in een bepaald gebied. Er zijn verschillende behandelingen voor de verschillende stadia van dysplasie, deze vier stadia zijn:

Er zijn 4 verschillende stages van dysplasie:

  1. Geen aanwijzingen voor dysplasie
  2. Indefinite for dysplasia
  3. Laaggradige dysplasie
  4. Hoogradige dysplasie

Stadium 1 spreekt voor zich. In deze stage is het nog niet bekend, of zijn er (nog) geen aanwijzingen voor dysplasie.

Stadium 2 betekent een twijfel geval. Bij dit stadium is het niet 100% zeker wat er aan de hand is. Er treedt wel misvorming op, maar dit is eigenlijk zo klein dat het ook gewoon aan een ontsteking kan liggen. Als dit het geval is, moet er na de ontsteking opnieuw worden gekeken, om zo vast te kunnen stellen wat er precies aan de hand is.

Stadium 3 is het eerste stadium waarin dysplasie duidelijk zichtbaar is. Er is duidelijke vervorming van cellen, maar nog niet zo erg als in het laatste stadium.

Stadium 4. Bij dit stadium van dysplasie zijn de cellen misvormd, zijn ze onrustig en liggen ze niet meer netjes in een rij. Cellen zijn groter dan normaal en kunnen ook gevlekt zijn. Dit wil echter niet zeggen dat het ook kankercellen zijn.

De behandeling van barrett slokdarm


Als behandeling krijg je meestal medicijnen die het maagzuur remmen. Dit moet de maagpoortspier verlichting geven zodat verder vorming van Barret voorkomen kan worden. Vaak maakt het niet uit in welke stadium van dysplasie je zit. Behalve maagzuur remmende medicijnen is het moeilijk om een Barret slokdarm te behandelen. Het enige wat gedaan kan worden is controleren, zodat een eventuele uitbraak van kankercellen direct behandelt kan worden. Gelukkig blijft het vaak bij controleren: slokdarmkanker is erg zeldzaam.

Soms is het wél nodig om in te grijpen. Dit gebeurt zodra cellen zo onrustig worden, dat er een grote kans bestaat dat er kanker gaat uitbreken. Er zijn twee mogelijke behandelingen voor het behandelen van de dysplasie, namelijk endoscopische therapie en slokdarmresectie. Bij endoscopische therapie worden de bovenste lagen van het slijmvlies verwijderd. Dit is een milde vorm van ingrijpen. Slokdarmresectie daarentegen is bijna het tegenovergestelde. Bij deze vorm van ingrijpen wordt de slokdarm in zijn geheel verwijderd. Het wordt vrijwel nooit gedaan; alleen in uiterste gevallen om kanker te bestrijden.